Kies bewust voor eHealth

Benieuwd naar de staat van eHealth in Nederland?

Lees meer

Kernresultaten

De eHealth-monitor 2017 in cijfers

Lees meer

Aanbevelingen

Aanbevelingen eHealth-monitor 2017

Lees meer

Vijf jaar geleden verscheen de eerste eHealth-monitor. In de tussentijd heeft de ontwikkeling van eHealth bepaald niet stilgestaan. In de afgelopen jaren zijn grote stappen gezet op het gebied van technologische ontwikkelingen en het creëen van aanbod. Van aanbod moeten we nu naar gebruik: opschaling van eHealth-toepassingen blijft een uitdaging.

Vijf jaar na de eerste monitor krijgen we steeds beter in beeld hoe het komt dat het gebruik achter blijft op het aanbod en waarom opschaling van toepassingen vaak uitblijft. Zo blijkt dat er nog steeds veel onbekendheid en onduidelijkheid is op het gebied van eHealth. Zorggebruikers zijn vaak niet op de hoogte van het aanbod en de mogelijkheden bij hun zorgverleners, die op hun beurt onduidelijkheid ervaren over de inzet van toepassingen.
Focus is noodzakelijk om duidelijkheid te creëren. De mogelijkheden op eHealth-gebied zijn groot en blijven toenemen. Zolang niet concreet is waarom, met welk doel en voor wie eHealth wordt ingezet, is het moeilijk te bepalen wanneer een implementatie ‘geslaagd’ is.

Uit de eHealth-monitor 2016 bleek dat eHealth vraagt om een maatschappelijke innovatie. Hiervoor is een veranderkundige aanpak nodig. En zoals bij elk verandertraject zijn duidelijkheid en overeenstemming over de reden om te veranderen belangrijk om eHealth-toepassingen succesvol te implementeren.
Voor de uiteindelijke adoptie van eHealth lijkt het daadwerkelijk doen van toegevoegde waarde. Uit dit onderzoek blijkt dat zorgverleners en zorggebruikers die ervaring hebben met eHealth-toepassingen positiever zijn dan diegenen die de toepassing (nog) niet hebben gebruikt. Het opdoen van ervaring en leren van good practices kan bijdragen aan het ervaren van de werkelijke meerwaarde.

Sinds 2013 onderzoeken Nictiz en het NIVEL jaarlijks de beschikbaarheid en het gebruik van eHealth in Nederland. Er is steeds meer mogelijk, bijvoorbeeld online gezondheidsdossiers, apps en e-consulten. Maar hoe snel gaat de opmars van eHealth nou echt? Wie maken er al gebruik van en op welke manier? En heel belangrijk: wat vinden we eigenlijk van eHealth? Op deze vragen en meer geeft de eHealth-monitor antwoord.

  • 01 Gemak en service voor zorggebruikers
  • 02 Ontsluiting van medische gegevens voor de patiënt
  • 03 Zelfmanagement en online behandeling
  • 04 Begeleiding en ondersteuning op afstand
  • 05 Elektronische dossiervoering en communicatie tussen zorgverleners
01
Gemak en service voor zorggebruikers

Online contact roept vaak nog vragen op

Het merendeel van de artsen beoordeelt online contact tussen patiënt en arts positief: zij zien het als goede aanvulling op – maar zelden als vervanging van – reguliere vormen van contact. Het aanbod van online contactmogelijkheden door artsen is toegenomen. Op dit moment zijn maar weinig huisartsen en medisch specialisten van mening dat online contact geschikt is voor het grootste deel van hun patiënten.
Zorggebruikers staan neutraal tot positief tegenover online contact. De bekendheid met de mogelijkheden van online contact neemt toe bij deze groep. Bijna de helft van de zorggebruikers geeft aan gebruik te willen maken van het grootste deel van de toepassingen. Echter, het daadwerkelijke gebruik van online contactmogelijkheden neemt niet altijd toe. Uit de resultaten komt ook dit jaar weer naar voren dat veel zorggebruikers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden. Minder dan een op de drie zorggebruikers geeft aan dat de zorgverlener wel eens wat heeft verteld over de mogelijkheden van online contact.
Bij zowel artsen als zorggebruikers roept online contact vaak nog vragen op. Zo is een deel van de artsen er niet van overtuigd dat online contact veilig is. Voor een deel van de zorggebruikers geldt eveneens dat zij online contact niet veilig achten, of niet goed weten of het wel voldoende informatie oplevert.

Nog veel onduidelijkheid over het gebruik van een e-consult

Onder artsen is behoefte aan meer duidelijkheid over het e-consult. Er heerst vooral onder medisch specialisten onduidelijkheid over het gebruik, vergoedingen, regels en richtlijnen. Bij huisartsen zien we dit beeld minder. Mogelijk kunnen zij voldoende uit de voeten met bestaande richtlijnen en checklists. Wel geeft het grootste deel van de huisartsen aan de vergoeding ontoereikend te vinden, of niet te weten of deze toereikend is. Het e-consult roept bij beide groepen artsen vragen op over wat wel of niet mag en een kwart van de huisartsen en een derde van de medisch specialisten voelt zich niet competent om een e-consult in te zetten. Meer dan de helft van de artsen is van mening dat veel van hun patiënten geen gebruik willen maken van een e-consult of geven aan dit niet te weten.
Zorggebruikers zien zowel positieve als negatieve kanten aan het e-consult. Zo zijn ze van mening dat ze in het geval van een e-consult beter kunnen nadenken over hun vraag, maar verwachten ze minder persoonlijke aandacht. Verder bleek uit de workshopdag (zie box 1) dat zorggebruikers vinden dat het gebruik van het e-consult afhangt van de context. Zo lijken ze vooral meerwaarde te zien in het gebruik van een e-consult bij het stellen van eenvoudige vragen. Zorggebruikers willen graag meer duidelijkheid over het e-consult: hoe het precies werkt, de betrouwbaarheid en het soort vragen dat zij kunnen stellen.
Bij zowel zorggebruikers als artsen zien we dat degenen die ervaring hebben met het e-consult positiever zijn dan degenen zonder ervaring.

02
Ontsluiting van medische gegevens voor de patiënt

Toename online inzage bij medisch specialisten en verpleegkundigen

Bij medisch specialisten is een toename te zien wat betreft mogelijkheden voor online inzage in verschillende onderdelen van het medisch dossier. Bij de huisartsen is nauwelijks een stijging waarneembaar. Het aantal huisartsen dat aangeeft niet te weten of ze online inzage gewenst vinden of zegt hierover geen mening te hebben, is de afgelopen jaren gestegen.
In de ouderenzorg zien we een positieve ontwikkeling op het gebied van online inzage. Ruim vier op de tien verpleegkundigen en verzorgenden in deze sector werken met een elektronisch patiëntenportaal . Dit is een verdubbeling ten opzichte van het voorgaande jaar. Ook in de ziekenhuiszorg en huisartsenzorg werken verpleegkundigen veel vaker dan vorig jaar met een patiëntenportaal.

Chronisch zieken zien na ervaring vaak meerwaarde in online inzage

Het percentage zorggebruikers dat aangeeft online hun medische gegevens bij de medisch specialist te kunnen inzien, neemt toe naar 13% in 2017. Het aantal zorggebruikers dat aangeeft online inzage te hebben in hun gegevens bij de huisarts, is de afgelopen jaren niet toegenomen en schommelt rond de 3%-5%. Een groot deel van de zorggebruikers weet in 2017 niet of inzage mogelijk is bij de medisch specialist of huisarts.
Van de chronisch zieken geeft bijna een kwart aan bij de huisarts online inzage te hebben gehad in voorgeschreven medicatie. De meerderheid van de groep die inzage in medische gegevens had, vond dit nuttig. Met name omdat het meer inzicht geeft en gegevens beter te controleren zijn. Vier op de tien artsen die dit nu niet aanbieden, zou de mogelijkheid tot online inzage in het medicatieoverzicht wel willen geven.

03
Zelfmanagement en online behandeling

Toename in aantal zelfmetingen

Ongeveer de helft van de chronisch zieken en kwetsbare ouderen heeft in 2017 zelfstandig gezondheidswaarden gemeten, met name gewicht, bloeddruk en bloedsuikerwaarden. Dit is een stijging ten opzichte van vorig jaar. Gezondheidswaarden worden ook vaker bijgehouden dan eerdere jaren. Minder dan een tiende van de chronisch zieken en kwetsbare ouderen geeft aan wel te willen meten, maar dit niet te kunnen. Een evenredig klein deel geeft aan niet te meten, maar dit wel te willen.
Van de chronisch zieken maakt 4% gebruik van een persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Bijna een kwart geeft aan dit wel te willen gebruiken en ruim een derde zegt niet te weten of ze een PGO wil gebruiken.

POH’s-GGZ hebben behoefte aan beslisondersteuning en onderzoek naar effecten van eMental Health

eMental Health is in 2017 door bijna alle POH’s-GGZ ingezet bij een deel van hun patiënten. Hoewel POH’s-GGZ in het algemeen tevreden zijn over de inzet van eMental Health, zijn zij van mening dat het huidige aanbod niet voor iedere patiënt geschikt is. Zij geven onder andere aan dat het aanbod niet goed aansluit bij het opleidingsniveau, de culturele achtergrond of de digitale vaardigheden van patiënten.
Daarnaast geven POH’s-GGZ aan behoefte te hebben aan beslisondersteuning en onderzoek naar de effecten van eMental Health. Een keuzehulp zou volgens hen helpen om te beslissen welke vorm van eMental Health bij wie is in te zetten. Hoewel een deel van de POH’s-GGZ aangeeft dat eMental Health is opgenomen in hun werkprocessen en dat zij ondersteuning krijgen bij het gebruik van eMental Health, lijken richtlijnen of een door de praktijk opgestelde visie in veel gevallen te ontbreken. Ook heerst nog vaak onduidelijkheid over de regels voor vergoeding.

 

04
Begeleiding en ondersteuning op afstand

Artsen zien meerwaarde telemonitoring vooral bij diabetes en hartfalen

Telemonitoring wordt in verhouding tot eerdere jaren in vergelijkbare mate ingezet volgens zorgverleners en zorggebruikers. Bijna de helft van de zorgverleners is wel van mening dat het relevant is telemonitoring in te zetten. Artsen zien met name meerwaarde bij patiënten met diabetes en hartfalen – dit laatste geldt met name voor medisch specialisten. Ongeveer een op de vijf chronisch zieken en kwetsbare ouderen vindt telemonitoring ook wenselijk. Rond een derde van deze groep staat neutraal tegenover de stelling dat telemonitoring voor henzelf wenselijk of noodzakelijk is.

Verpleegkundigen zien kansen voor verbetering medicatieveiligheid via eHealth

Medicatieveiligheid is voor verpleegkundigen een belangrijk thema. Ruim 80% van de verpleegkundigen in de ouderenzorg en ziekenhuiszorg geeft aan digitale dubbele medicatiecontrole noodzakelijk of wenselijk te vinden. Het gebruik hiervan ligt, met respectievelijk 23%-31%, beduidend lager. Daarnaast vindt 71% van de verpleegkundigen in de ouderenzorg en 40% van de verpleegkundigen in de ziekenhuiszorg de inzet van medicijndispensers noodzakelijk of wenselijk. Verpleegkundigen in de ouderenzorg gebruiken deze de afgelopen jaren vaker. Wel valt op dat medicijndispensers bij een beperkt deel van de patiënten worden ingezet.
In alle drie de sectoren is de meerderheid van de verpleegkundigen van mening dat het hun taak is om cliënten in te lichten over en te ondersteunen bij het gebruik van eHealth.
Van de verpleegkundigen in alle drie de sectoren mist 25%-40% duidelijkheid over wat tot hun takenpakket behoort, wanneer het aankomt op nieuwe ICT-toepassingen. Andere behoeften op het gebied van ondersteuning bij nieuwe ICT-toepassingen variëren tussen de sectoren.

05
Elektronische dossiervoering en communicatie tussen zorgverleners

Zorgverleners vinden nog meer informatie-uitwisseling gewenst

Het merendeel van de zorgverleners houdt het patiëntendossier voornamelijk digitaal bij. Vrijwel alle huisartsen kunnen digitaal medische gegevens uitwisselen met ziekenhuizen, laboratoria en huisartsenposten. Echter, dit kunnen ze in veel mindere mate met de dienst voor maatschappelijke ondersteuning bij de gemeente, de thuiszorg, wijkverpleegkundige of het verpleeghuis. Huisartsen vinden deze uitwisseling wel wenselijk.
Medisch specialisten en verpleegkundigen in de ouderenzorg en ziekenhuiszorg wisselen vergeleken met huisartsen minder vaak digitaal informatie uit. Dit terwijl het merendeel van de verpleegkundigen dit wel wenselijk vindt en daarvan positieve effecten verwacht. Verpleegkundigen in de ziekenhuiszorg en ouderenzorg dragen medische gegevens veelal nog op papier over. Ruim de helft van de verpleegkundigen in de ouderenzorg geeft in 2017 aan dat de organisatie gebruik maakt van elektronische gegevensuitwisseling.
Onder medisch specialisten is het steeds vaker mogelijk digitaal een actueel medicatieoverzicht te versturen naar en te ontvangen van de openbare apotheek. Toch geeft ongeveer de helft van de medisch specialisten in 2017 aan dat zij deze mogelijkheid nog niet hebben, maar dit wel wenselijk vinden.

Op basis van de huidige stand van zaken en bevindingen die voortkomen uit dit onderzoek, doen wij een aantal aanbevelingen voor beleidsmakers, (vertegenwoordigers van) zorgverleners, patiëntenorganisaties en marktpartijen.

  • 01 Kies bewust voor eHealth
  • 02 Bevorder verbetering van digitale gegevensuitwisseling en dubbele medicatiecontrole
  • 03 Stimuleer ervaring in opleidingen en nascholingen, creëer ambassadeurs
  • 04 Informeer, communiceer en begeleid
  • 05 Onderzoek good/bad practices
01
Kies bewust voor eHealth

Een deel van de artsen die aangegeven heeft bepaalde eHealth-toepassingen wel te willen gebruiken, heeft geen plannen voor implementatie. Daarnaast geven artsen geregeld aan niet te weten óf ze eHealth willen toepassen of zeggen hierover geen mening te hebben.

Wanneer de noodzaak of meerwaarde van eHealth voor de hand ligt, verbetert dat de kans op een geslaagde implementatie. Soms is noodzaak of meerwaarde echter niet evident. Dan is het voor zorgverleners van belang om duidelijkheid te krijgen over het waarom van eHealth. Zien ze eHealth als een noodzakelijke aanpassing in het zorgproces of een waardevolle uitbreiding van zorg? Biedt eHealth mogelijkheden om de patiënt meer regie te geven of om de patiënt juist te ontzorgen? En wat betekent dat voor de rol van de zorgverlener? Een visie op deze vraagstukken draagt bij aan een gefundeerde strategie die zorgverleners meer controle kan geven bij implementatie en toepassing van eHealth.

Uit visie volgt focus. Het zorgveld is groot en ook de mogelijkheden op het gebied van eHealth zijn legio. Zorgaanbieders moeten keuzes maken. Wanneer het waarom duidelijk is, moet wat ze willen bereiken en bij wie duidelijk worden. Overeenstemming binnen een zorgorganisatie over wat te bereiken, kan helpen in de opschaling. Focus daarbij op relevante en breed gedragen doelen, zoals verbetering van medicatieveiligheid. Betrek vanaf het begin ook relevante stakeholders, zoals medewerkers, zorggebruikers en zorgverzekeraars. Vanuit het te bereiken doel kan de inzet van eHealth worden gedefinieerd, als middel dat kan bijdragen aan het behalen van het doel.

Afbakening van de doelgroep (het ‘wie’) helpt om het te bereiken doel beheersbaar te maken. Zorggebruikers die in eerste instantie het meeste baat hebben bij een specifieke eHealth-toepassing, zullen meer genegen zijn de toepassing te gebruiken. E-consulten kunnen bijvoorbeeld zinvol zijn bij patiënten waarbij regelmatig contact is zonder dat fysiek onderzoek nodig is. Telemonitoring is vooral voor mensen die goed in staat zijn zelf te meten, zoals mensen met diabetes en hartfalen.

In de definiëring van het waarom, wat en voor wie is een belangrijke rol weggelegd voor belangenorganisaties van zorgverleners. Zij kunnen het voortouw nemen en hun achterban mobiliseren. De overheid kan zorgverleners en hun belangenorganisaties ondersteunen bij visie- en strategieontwikkeling, bijvoorbeeld door het organiseren van kennissessies of door onderzoek (zie ook aanbeveling 5).

02
Bevorder verbetering van digitale gegevensuitwisseling en dubbele medicatiecontrole

Verbetering van de huidige ICT-systemen is noodzakelijk op de weg naar adequate informatie-uitwisseling van medische gegevens. Het verdient aandacht na te gaan welke opties er zijn om bestaande mogelijkheden voor gestandaardiseerde elektronische informatie-uitwisseling te verbeteren, gezien het belang van juiste en tijdige uitwisseling van gegevens voor patiëntveiligheid. Dit vraagt om actieve regie van de overheid, in samenspraak met (vertegenwoordigers van) zorgaanbieders en leveranciers van ICT-systemen. Het lijkt verder relevant te onderzoeken op welke manier partijen als huisartsen of apothekers en initiatieven als Registratie aan de Bron op elkaar kunnen aansluiten ten behoeve van eenduidige zorginformatie voor meervoudig gebruik.

Gezien de kloof tussen de wenselijkheid en noodzaak van digitale dubbele medicatiecontrole en het gebruik hiervan lijkt het zaak om in te zetten op een verdere uitrol van deze eHealth-toepassing in de ouderenzorg en ziekenhuiszorg. Bestuurders en managers van (thuis)zorgorganisaties spelen een voortrekkersrol, ondersteund door beroepsverenigingen zoals die voor verpleegkundigen en verzorgenden in Nederland (V&VN), in de bredere inzet van digitale toepassingen voor dubbele medicatiecontrole voor verpleegkundigen ter bevordering van medicatieveiligheid.

03
Stimuleer ervaring in opleidingen en nascholingen, creëer ambassadeurs

Om opschaling te bewerkstelligen, is meer ervaring met en kennis van eHealth-toepassingen nodig. Hierdoor kunnen gebruikers de toepasbaarheid en toegevoegde waarde ervan beter inschatten. Ervaring start voor zorgverleners al in de opleiding en dient dan ook hier aangeboden te worden, in theorie en praktijk. In lijn met de eHealth-monitor 2016 is de aanbeveling aan beroepsverenigingen, in samenwerking met opleidingsinstituten, om integratie van eHealth in curricula te bevorderen. Dit geldt niet alleen voor de initiële opleiding, ook voor nascholing.

Ontwikkelaars van eHealth-toepassingen hebben eveneens een belangrijke rol in het bieden van de mogelijkheid ervaring op doen. Via softwaredemo’s kunnen zij praktiserende zorgverleners en patiënten ervaringen op laten doen met een dienst of toepassing. Ook kunnen zorggebruikers meer gestimuleerd worden om eHealth te ervaren door proeflabs in te zetten.

Het is van belang dat eindgebruikers betrokken worden bij de ontwikkeling van een toepassing. Maar ook goede ondersteuning bij het juiste gebruik is belangrijk. Ambassadeurs onder zorgverleners en patiëntenorganisaties kunnen helpen om ervaring te stimuleren en begeleiden. Binnen patiëntenorganisaties en zorgorganisaties is ambassadeurschap nodig om collega’s voor te lichten, te enthousiasmeren, vertrouwen op te bouwen en zo implementatie aan te jagen. Buiten instellingen en organisaties zijn ambassadeurs nodig om hun ervaringen te delen en nieuwe gebruikers te adviseren bij implementatie. Belangenorganisaties moeten ambassadeurs benoemen en ondersteunen in het uitdragen van het nut en de noodzaak van eHealth.

04
Informeer, communiceer en begeleid

In de resultaten van 2017 zien we dat er regelmatig sprake is van onbekendheid en onduidelijkheid. Zo zien we dat regels, werkwijzen en richtlijnen voor zorgverleners vaak niet helder zijn. Daarnaast hebben zorgverleners duidelijkheid nodig over de veiligheid en toegevoegde waarde van mogelijkheden zoals online contact. Partijen die betrokken zijn bij het opstellen van kwaliteitsrichtlijnen voor zorg, zoals beroepsverenigingen van zorgverleners en patiëntenverenigingen, kunnen informatie over regels, bekostiging en wetgeving bij eHealth-toepassingen (zoals het e-consult) onderdeel maken van nieuwe of herziene richtlijnen en zorgstaandaarden. Kennis- en expertisecentra op het gebied van eHealth kunnen middels bijeenkomsten en kennispublicaties bijdragen aan de bewustwording omtrent doelmatige en duurzame inzet van eHealth. Ook argumentenwijzers en bewezen good practices kunnen zorgverleners over de streep trekken om eHealth actief aan te bieden.

Evenals in eerdere edities van de eHealth-monitor blijkt ook dit jaar dat veel zorggebruikers niet op de hoogte zijn van de mogelijkheden op het gebied van eHealth. Zorgverleners, ondersteund door hun beroepsverenigingen, hebben een belangrijke rol in het persoonlijk onder de aandacht brengen van eHealth. Hierbij is het van belang dat zij de meerwaarde voor de individuele zorggebruiker benadrukken. Ze moeten eHealth aanbieden op een moment dat het voor de zorggebruiker relevant is. Daarnaast hebben zorggebruikers behoefte aan begeleiding bij de inzet van online toepassingen. Ambassadeurs (zie aanbeveling 4) kunnen hier een rol in spelen. Voor het informeren over en begeleiden van patiënten bij het gebruik van eHealth zien ook verpleegkundigen een belangrijke taak voor zichzelf weggelegd. Het zou goed zijn als zij deze rol (kunnen) oppakken, ondersteund door belangenorganisaties als V&VN en Actiz.

De brede mogelijkheden van eHealth mogen via meer kanalen onder de aandacht van patiënten/zorggebruikers komen. Persoonlijke (nieuws)brieven, patiëntfolders of Postbus 51-achtige boodschappen zijn in te zetten om de beschikbaarheid en toegevoegde waarde van eHealth-toepassingen te communiceren. Ook de e-healthweek biedt kansen en mogelijkheden om bewustwording te creëren omtrent eHealth-toepassingen en deze te ervaren. Hier ligt een duidelijk rol voor (beroepsverenigingen van) zorgaanbieders, zorgorganisaties, patiëntenorganisaties en de overheid.

05
Onderzoek good/bad practices

Na het waarom, wat en wie moet er invulling gegeven worden aan het hoe. In de resultaten van dit jaar zien we dat zorgverleners ondersteuning kunnen gebruiken bij de toepassing van eHealth. Kennis van de effectiviteit van implementatiestrategieën kan hieraan bijdragen. Hoe kunnen zorgorganisaties duidelijkheid krijgen over de noodzaak of meerwaarde van eHealth, het te bereiken doel en hoe hier te komen? Welke ondersteuning hebben zorgverleners nodig tijdens het implementeren van eHealth-toepassingen en hoe kunnen zij zorggebruikers het beste informeren en motiveren?

Onderzoek is en blijft noodzakelijk om inzicht te krijgen in de effectiviteit en opschalingsmogelijkheden van eHealth-toepassingen. Opschaling van bewezen effectieve eHealth-toepassingen vindt nog te weinig plaats. Goede voorbeelden zijn een belangrijke stimulans hiervoor. Op dit moment is er nog te weinig inzicht in good/bad practices. Onderwijs- en onderzoeksinstituten, ondersteund door fondsen voor onderzoek, kunnen good en bad practices van eHealth analyseren om meer inzicht te krijgen in de processen en factoren die ten grondslag liggen aan een geslaagde of juist mislukte implementatie. Door het relatieve voordeel van een eHealth-toepassing te analyseren ten opzichte van de oude werkwijze worden gezondheidsuitkomsten, tevredenheid van patiënten en zorgverleners evenals veranderingen in kosten van zorg op een wetenschappelijke manier inzichtelijk gemaakt. Dergelijk onderzoek leidt tot geleerde lessen op het gebied van het implementatieproces en inzicht in de effecten en kosteneffectiviteit van geselecteerde vormen van eHealth. Dit creëert bewustwording voor beleidsmakers, managers, bestuurders en zorgverleners die deze kennis kunnen gebruiken voor de toepassing en implementatie van eHealth.

De meest recente ontwikkelingen

  • Alles
  • Artikel
  • Blog
  • Factsheet
  • Infographic
  • Interview
  • Video